Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 mei 2018

Onder 1.5. Centrale Raad van Beroep 30 mei 2018

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1675.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Het besluit van 3 november 2015 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de beroepsprocedure betrokken. De rechtbank heeft vooropgesteld dat de artikelen 47 en 1b van de WW dwingend wettelijke regelgeving zijn en dat de beoordeling niet verder strekt dan de vraag of het Uwv de wet op juiste wijze heeft toegepast en daarbij tot een correcte beslissing is gekomen met betrekking tot de hoogte van de WW-uitkering. Met de wetswijziging per 1 juli 2015 is de berekening van het dagloon aangepast: het dagloon wordt vanaf die datum gebaseerd op het totale loon uit alle dienstbetrekkingen, waarbij inkomen wordt verrekend met de WW-uitkering. In de situatie dat de werknemer meer verdiende dan het maximumdagloon, wordt het te verrekenen inkomen verlaagd door toepassing van de zogenaamde C/D-factor, waarbij C het maximumdagloon en D het dagloon zonder maximering is. Bij de berekening van het dagloon van appellante is – conform de nieuwe regelgeving – uitgegaan van het totale inkomen in de referteperiode uit de dienstbetrekkingen met [stichting 1] en [stichting 2]. Dit leidt tot een dagloon van € 313,63. Het voor appellante geldende maximumdagloon is € 199,95. Het inkomen uit de dienstbetrekking met [stichting 2] bedraagt € 2.021,88 per maand. Dit leidt tot een korting op de WW-uitkering van € 1.289,02 per maand, zijnde (€ 199,95 / € 313,63) x € 2.021,88. De rechtbank is vervolgens tot het oordeel gekomen dat het Uwv de WW-uitkering juist heeft vastgesteld. Voor zover appellante een beroep heeft gedaan op artikel 3:2, derde lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) heeft de rechtbank vastgesteld dat dit artikellid betrekking heeft op de situatie als bedoeld in artikel 1b, vijfde lid, van de WW, zijnde niet-verzekerde werkzaamheden, en daarmee niet op de werkzaamheden bij [stichting 2] van toepassing is omdat dit verzekerde werkzaamheden zijn. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de ongunstige uitwerking van de nieuwe wetgeving in appellantes geval, kan dit niet leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is, omdat haar beoordeling niet verder reikt dan de interpretatie van de wet en niet strekt tot een beoordeling van de werking ervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d015abbed49b4bc9e7a8825a2625f36f82c24df12ed86e9693d58c9e3f6f7c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d015abbed49b4bc9e7a8825a2625f36f82c24df12ed86e9693d58c9e3f6f7c32, en de alinea staat in dat document op bytes 8334 tot 10706.