Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 juni 2018
Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 5 juni 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1755.
Uit de onder 1.4 vermelde waarnemingen blijkt dat op verschillende dagen en tijdstippen is waargenomen dat appellant in de winkel daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte, terwijl hij die dagen en/of tijdstippen niet aan het college had doorgegeven. Zo is bijvoorbeeld op 22 maart 2014 waargenomen dat appellant achter de kassa zat en een klant hielp. Ook op andere dagen en tijdstippen is gezien dat appellant achter de kassa zat of achter de toonbank met een klant praatte. Het college mocht deze waarnemingen aan de besluitvorming ten grondslag leggen. De enkele stelling van appellant dat sommige waarnemingen niet juist (kunnen) zijn, treft geen doel. Dat is alleen al het geval omdat deze stelling op geen enkele wijze met objectieve en verifieerbare gegevens is onderbouwd. Dat appellant op de waargenomen momenten uitsluitend in de winkel aanwezig was in verband met zijn sociale contacten of om hulp van de eigenaar te krijgen, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Daarbij komt dat appellant in het gesprek van 11 april 2014 na confrontatie met de hiervoor weergegeven waarneming van 22 maart 2014 heeft erkend dat hij de klant heeft geholpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eba9bef80447599fe05f177e1d9ca3c2a01b3584891f4ec45c6eb6d0361d312d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eba9bef80447599fe05f177e1d9ca3c2a01b3584891f4ec45c6eb6d0361d312d, en de alinea staat in dat document op bytes 12885 tot 14047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eba9bef80447599fe05f177e1d9ca3c2a01b3584891f4ec45c6eb6d0361d312d | shasum -a 256