Citaat | Centrale Raad van Beroep 21 augustus 2018
Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 21 augustus 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 21 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2653.
Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Zie de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:325.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db33a2a0fcd308c016f662b44ea475c39957ac5a0fa81671275ff909f8e625b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db33a2a0fcd308c016f662b44ea475c39957ac5a0fa81671275ff909f8e625b8, en de alinea staat in dat document op bytes 12016 tot 12830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db33a2a0fcd308c016f662b44ea475c39957ac5a0fa81671275ff909f8e625b8 | shasum -a 256