Citaat | Centrale Raad van Beroep 30 januari 2018
Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 30 januari 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 30 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:282.
In wat appellant heeft aangevoerd zijn geen dringende redenen gelegen in de in 4.2 bedoelde zin. De omstandigheid dat appellant zich in detentie bevond, is geen gevolg van de terugvordering. Hetzelfde geldt voor het gestelde niet verwijtbaar handelen. De omstandigheid dat appellant door de terugvordering wellicht een lange periode geconfronteerd zal worden met de afbetaling van een schuld is inherent aan een besluit tot terugvordering en geldt voor iedereen die met een dergelijk besluit wordt geconfronteerd. Bovendien doen financiële gevolgen van de terugvordering zich pas daadwerkelijk voor als het college tot invordering overgaat, in welk geval appellant voor zover nodig de bescherming van de beslagvrije voet kan inroepen. Eventuele onjuistheden in het rechtens onaantastbare intrekkingsluit van 16 september 2014 kunnen hier niet aan de orde komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/780af045820140b1ea28d59b75660f3e498b3cf8d9bc32761d4d358581796d8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 780af045820140b1ea28d59b75660f3e498b3cf8d9bc32761d4d358581796d8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10163 tot 11039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/780af045820140b1ea28d59b75660f3e498b3cf8d9bc32761d4d358581796d8d | shasum -a 256