Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018
Onder 1.2. Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:363.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de in 1.2 genoemde uitspraak van de Raad weliswaar een belangrijke wijziging heeft betekend voor de beoordeling van boetezaken in het domein van de sociale zekerheid, maar geen nieuw feit vormt dat herziening van de onherroepelijk aan appellante opgelegde boete rechtvaardigt. Gewezen is op vaste rechtspraak, dat de inhoud van inmiddels tot stand gekomen jurisprudentie op zichzelf geen grond vormt voor het doorbreken van het rechtens onaantastbaar zijn van besluiten waartegen geen beroep bij de rechter is ingesteld, of die gezien het resultaat van een wel bij de rechter gevolgde rechtsgang in rechte onaantastbaar zijn geworden. De rechtbank heeft hieraan toegevoegd dat het vorenstaande niet wegneemt dat een bestuursorgaan bevoegd is om ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende terug te komen van een eerder in rechte onaantastbaar geworden besluit, indien daardoor geen rechten van derden worden geschonden, en een dergelijk terugkomen niet expliciet is verboden. Een bestuursorgaan kan dit echter ook weigeren en een dergelijke weigering behoort volgens de rechtbank te worden geëerbiedigd, tenzij aan het eerdere besluit dusdanige gebreken kleven, dan wel zich dusdanige omstandigheden hebben voorgedaan, dat het bestuursorgaan in redelijkheid niet had mogen weigeren dat eerdere besluit ongedaan te maken. De bewijslast hiervoor rust op appellante en die heeft daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan voldaan. De rechtbank heeft in haar oordeel tevens betrokken dat het Uwv blijkens het bestreden besluit besloten heeft gevolg te geven aan het verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in diens brief van 30 april 2015 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (2014-0000185932, lees: 2015-0000078610) om niet terug te komen van onherroepelijke boetebesluiten die mogelijk niet in lijn zijn met de uitspraak van de Raad van 24 november 2014. De rechtbank achtte deze gedragslijn niet in strijd met enig rechtsbeginsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d7283afddf441e9a125187de0bd6cd9600289b83037e195e2257e7e110c00fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d7283afddf441e9a125187de0bd6cd9600289b83037e195e2257e7e110c00fc, en de alinea staat in dat document op bytes 8262 tot 10444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d7283afddf441e9a125187de0bd6cd9600289b83037e195e2257e7e110c00fc | shasum -a 256