Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018

Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:364.

Appellante heeft in hoger beroep verwezen naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3131) en van de Raad van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) en zich op het standpunt gesteld dat de weigering van het Uwv om het boetebesluit van 12 juli 2013 te herzien evident onredelijk is. Zij heeft daarbij benadrukt dat de aan het boetebesluit van 12 juli 2013 ten grondslag liggende wettelijke regeling door de Raad, blijkens zijn uitspraak van 24 november 2014, onrechtmatig is bevonden. Daarnaast acht appellante van belang dat het boetebesluit van 12 juli 2013 en de weigering om dat besluit te herzien voor haar vérstrekkende financiële gevolgen hebben. De enkele omstandigheden dat het herzien van de boetebesluiten een precedent zou scheppen dat ook gevolgen kan hebben buiten het stelsel van sociale zekerheid en de kosten die ermee gepaard gaan, mogen volgens appellante geen reden zijn om een besluit dat als criminal charge wordt aangemerkt en dat gebaseerd is op wet- en regelgeving die in strijd is met de grondbeginselen van ons rechtssysteem in stand te laten. Appellante heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit te vernietigen en om over te gaan tot vergoeding van wettelijke rente over de te veel betaalde boete.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e216ca229bcc28c0d74ecfd50806e0a7f904f2c5d66cad7dd508c46b4c68c04a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e216ca229bcc28c0d74ecfd50806e0a7f904f2c5d66cad7dd508c46b4c68c04a, en de alinea staat in dat document op bytes 10039 tot 11364.