Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 februari 2018

Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 1 februari 2018

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:376.

Appellant heeft aangevoerd dat hij op grond van artikel 7:3, zevende lid, van de CAR/GLZ-UWO ook vanaf 16 juli 2015 recht heeft op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging omdat sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Volgens appellant droegen zijn werkomstandigheden, met name tijdens het door hem gevolgde verbetertraject, een buitensporig karakter. Het plan van aanpak bevatte te veel opdrachten die onduidelijk en complex waren geformuleerd en het bijhouden van de urenregistratie vond hij kinderachtig en vernederend. Tijdens werkoverleggen en voortgangsgesprekken legden afdelingshoofd [A.] en teamcoördinator [B.] (leidinggevenden) op pietluttige wijze de nadruk op wat appellant niet goed had gedaan en gaven zij geen positieve feedback. Volgens appellant was het gehele verbetertraject erop gericht om zijn disfunctioneren aan te tonen. Appellant stelt zich op het standpunt dat hij gedurende het gehele jaar 2014, in het bijzonder tijdens het verbetertraject tussen augustus 2014 en januari 2015, werd gepest en geïntimideerd door zijn leidinggevenden en dat het college niet ingreep, ook niet nadat hij daarvan bij de algemeen directeur melding had gemaakt. Het gevolg is geweest dat hij wegens psychische klachten is uitgevallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b51ca7bd75d499f438bbda59f13232fa9f9e76aae1bfb0faa4eb9922cb203990. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b51ca7bd75d499f438bbda59f13232fa9f9e76aae1bfb0faa4eb9922cb203990, en de alinea staat in dat document op bytes 13718 tot 14996.