Citaat | Centrale Raad van Beroep 9 januari 2018

Onder 4.4.1. Centrale Raad van Beroep 9 januari 2018

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 9 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:61.

Appellante heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat sprake was van een lening van L aan P en dat dus tegenover het vermogen op de bankrekening een schuld stond. Dit betoog treft, daargelaten dat appellante haar stelling niet aannemelijk heeft gemaakt, geen doel. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 7 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1450) worden kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandontvanger in beginsel als in aanmerking te nemen middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de WWB beschouwd. De stelling dat sprake is van geleende bedragen die moeten worden terugbetaald, leidt niet tot een ander oordeel. Een geldlening is in artikel 31, tweede lid, van de WWB niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Dat bij een aannemelijk gemaakte lening de schuldenlast van betrokkene toeneemt, is niet van belang. Hetzelfde geldt voor de vraag of aan de lening een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting is verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03268ebe43e5bf722579aa194a1d31be661d23f93e0a95c1da093bfb4047ca73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03268ebe43e5bf722579aa194a1d31be661d23f93e0a95c1da093bfb4047ca73, en de alinea staat in dat document op bytes 12204 tot 13185.