Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 maart 2018
Onder 4.6. Centrale Raad van Beroep 20 maart 2018
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:876.
Als belangrijkste beroepsgrond heeft appellante aangevoerd dat het voor de beoordeling van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor dieetkosten niet nodig was het door het college bij brief van 26 mei 2014 toegezonden formulier ingevuld en voorzien van bewijsstukken in te leveren, omdat het college bekend was met de financiële situatie van appellante en al beschikte over alle benodigde informatie om het recht op bijzondere bijstand te kunnen vaststellen. Hiertoe heeft appellante, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Zij leverde maandelijks - verplicht - een mutatieformulier in. Aan de hand daarvan kon het college het meest actuele recht op bijstand beoordelen. Voorts heeft het college bij het in rechte onaantastbaar geworden besluit van 19 november 2013, waarbij aan appellante bijzondere bijstand is verleend voor de kosten van griffierecht, vastgesteld dat het draagkrachtjaar loopt van 21 augustus 2013 tot en met 21 augustus 2014 en dat haar draagkracht nihil is. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat dit draagkrachtjaar ten tijde van de aanvraag van 20 mei 2014 nog niet was verstreken, had het opvragen van gegevens ter beoordeling van de draagkracht geen enkele zin. Het beleid van het college voorziet er niet in om in een vastgesteld draagkrachtjaar telkens bij een nieuwe aanvraag de draagkracht opnieuw te berekenen. De eerder vastgestelde draagkracht moet dan ook worden beschouwd als een vaststaand gegeven. Ook uit rechtspraak van de Raad, in het bijzonder de uitspraken van 30 maart 1999 (ECLI:NL:CRVB:1999:AA8636), 29 september 2009 (ECLI:NL:CRVB:2009:BK0480), 19 juli 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BR2973) en van 25 juni 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:732), volgt dat het college zich ten aanzien van de draagkracht moet baseren op een eerder vastgestelde draagkrachtperiode. Daarnaast kan het college het recht op bijstand ook vaststellen zonder te beschikken over bankafschriften. Voor de draagkracht uit vermogen is namelijk de totale vermogenspositie van belang en niet alleen het actuele banksaldo. Aangezien bij aanvang van de bijstand is vastgesteld dat appellante een negatief vermogen heeft van € 40.587,-, is het niet aannemelijk dat het vermogen zodanig is toegenomen dat zij op basis van het actuele banksaldo draagkracht uit vermogen heeft. Dan zou zij ook geen recht hebben op algemene bijstand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe92bb45107140d88a8c5a3ac60bb29ad9025dcacd45b45a4133af28efd5a65a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe92bb45107140d88a8c5a3ac60bb29ad9025dcacd45b45a4133af28efd5a65a, en de alinea staat in dat document op bytes 14594 tot 16948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe92bb45107140d88a8c5a3ac60bb29ad9025dcacd45b45a4133af28efd5a65a | shasum -a 256