Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2019

Onder 4.1. Centrale Raad van Beroep 3 april 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1174.

Dit brengt met zich dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Voorts dient niet gebleken te zijn van recente problemen bij de verzending van poststukken. Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe dient de geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Contra‑indicaties kunnen meebrengen dat geoordeeld moet worden dat het besluit wel (eerder) moet zijn ontvangen, waarmee, zonder nader bewijs, ook de verzending aannemelijk is. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om gevallen waarin naar aanleiding van dat besluit handelingen zijn verricht of om informatie is gevraagd waaruit moet worden afgeleid dat de aanbieding van het poststuk met het besluit aan het adres van de belanghebbende wel heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/002b7d138ec5a9c519fb5ee1f0fe86a867efe273be61eeb81209dfa18c90a148. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 002b7d138ec5a9c519fb5ee1f0fe86a867efe273be61eeb81209dfa18c90a148, en de alinea staat in dat document op bytes 10368 tot 11527.