Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2019
Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 3 april 2019
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1174.
Daarmee ligt in het onderhavige geval de vraag voor of sprake is van contra-indicaties als hiervoor onder 4.1 bedoeld. Anders dan CIZ en de rechtbank is de Raad van oordeel dat geen sprake is van dergelijke contra-indicaties. Het feit dat eerst in beroep is aangevoerd dat het besluit op 5 februari 2017 is ontvangen, is daartoe onvoldoende. Zelfs als op 23 november 2016 telefonisch contact is geweest met [naam zoon] over de indicatie, hetgeen hij bestrijdt, maakt dat niet dat het besluit ook rond die datum door betrokkene is ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/002b7d138ec5a9c519fb5ee1f0fe86a867efe273be61eeb81209dfa18c90a148. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 002b7d138ec5a9c519fb5ee1f0fe86a867efe273be61eeb81209dfa18c90a148, en de alinea staat in dat document op bytes 12650 tot 13203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/002b7d138ec5a9c519fb5ee1f0fe86a867efe273be61eeb81209dfa18c90a148 | shasum -a 256