Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juli 2019

Onder 8.5. Centrale Raad van Beroep 1 juli 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2017.

8.6.1.Vervolgens staat ter beoordeling of het verdeelmodel zoals neergelegd in artikel 6 van het Besluit PW en de bijbehorende bijlage in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel, zoals het college heeft aangevoerd. Nu het college zich heeft aangesloten bij de gronden van het college Den Haag in de zaak 16/3727, dat het besluit PW in strijd is met hoger recht, zal de Raad ook in deze uitspraak hierop ingaan. Het Besluit PW is een algemeen verbindend voorschrift. Het betoog van het college in hoger beroep gaat over de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften en de mate van indringendheid van die toetsing. Hierop wordt uitvoerig ingegaan in de conclusie van staatsraad-advocaat-generaal Widdershoven van 22 december 2017, (conclusie). Algemeen verbindende voorschriften, die geen wet in formele zin zijn, kunnen worden getoetst op rechtmatigheid, in het bijzonder op verenigbaarheid met hogere regelgeving. Daarnaast komt in de rechtspraak van de Raad, bijvoorbeeld in de uitspraak van 19 mei 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD2441, tot uitdrukking dat aan de inhoud of de wijze van totstandkoming van een algemeen verbindend voorschrift zodanig ernstige gebreken kunnen kleven dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren beslissingen. Dit betekent dat aan de rechter de bevoegdheid toekomt te bezien of het betreffende algemeen verbindend voorschrift een voldoende deugdelijke grondslag biedt voor het in geding betrokken besluit. Bij die, niet rechtstreekse, toetsing van het algemeen verbindende voorschrift vormen de algemene rechtsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijk richtsnoer. De intensiteit van die beoordeling is afhankelijk van onder meer de beslissingsruimte die het vaststellend orgaan heeft, gelet op de aard en inhoud van de vaststellingsbevoegdheid en de daarbij te betrekken belangen. Die beoordeling kan materieel terughoudend zijn als de beslissingsruimte voortvloeit uit de feitelijke of technische complexiteit van de materie, dan wel als bij het nemen van de beslissing politiek-bestuurlijke afwegingen kunnen worden of zijn gemaakt. In dat laatste geval heeft de rechter niet de taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen wordt toegekend naar eigen inzicht vast te stellen. Wat betreft de in acht te nemen belangen en de weging van die belangen geldt dat de beoordeling daarvan intensiever kan zijn naarmate het algemeen verbindend voorschrift meer ingrijpt in het leven van de belanghebbende(n) en daarbij fundamentele rechten aan de orde zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/709fd58e490f0467c64b6895dc310bd31fbc1ab342421147679e03354ded9f2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 709fd58e490f0467c64b6895dc310bd31fbc1ab342421147679e03354ded9f2f, en de alinea staat in dat document op bytes 29162 tot 31811.