Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 november 2019
Onder 1.2. Centrale Raad van Beroep 5 november 2019
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3483.
3 oktober 2016 opgevraagd en een verklaring, met bewijsstukken, over de wijze waarop zij sinds 10 juni 2014 tot aan de aanvraag in haar levensonderhoud heeft voorzien. Appellante heeft enige afschriften overgelegd en schriftelijk verklaard dat zij op 12 februari 1996 naar Nederland is gekomen en is gaan samenwonen met een Nederlandse man. Deze man onderhield haar tot zijn overlijden op 15 december 2015. Daarna stond appellante plotseling op straat omdat zij de huishuur niet kon betalen. Zij is toen opgevangen door kennissen. Vanaf 15 december 2015 is zij onderhouden door deze kennissen, in het bijzonder door de heer X. Hij betaalde haar zorgpremie, dagelijkse kosten, huur-, energie- en waterkosten en haar eten en drinken. Appellante huurt sinds januari 2016 een kamer van X. X heeft schriftelijk verklaard dat appellante hem de kosten zal terugbetalen en de niet betaalde huur zal nabetalen wanneer zij haar uitkering of werk heeft gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d9be217de0b6d94503527b606eace5eb00c9d343591d2215e426640bb20d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d9be217de0b6d94503527b606eace5eb00c9d343591d2215e426640bb20d47, en de alinea staat in dat document op bytes 6564 tot 7528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49d9be217de0b6d94503527b606eace5eb00c9d343591d2215e426640bb20d47 | shasum -a 256