Citaat | Centrale Raad van Beroep 5 november 2019

Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 5 november 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 5 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3483.

heeft betaald en andere dagelijkse kosten voor zijn rekening heeft genomen. Verder heeft appellante aannemelijk gemaakt dat zij een eenmalige bijschrijving op haar bankrekening van € 815,- op 12 mei 2016, afkomstig van de bankrekening van wijlen haar partner, heeft gebruikt om de zorgtoeslagen en de voorschotten die zij van het college heeft ontvangen, terug te betalen en de kamerhuur over de maanden januari 2016 tot en met augustus 2016 aan X te betalen. De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten voor de conclusie dat appellante daarnaast over ander inkomen beschikte. Het college heeft zich dan ook niet op het standpunt gesteld dat dit wel het geval was. Het voorgaande brengt mee dat het standpunt van het college dat het recht op bijstand van appellante over de te beoordelen periode niet was vast te stellen, omdat zij niet duidelijk heeft gemaakt hoe zij in haar levensonderhoud heeft voorzien in de periode voor de aanvraag en aldus haar behoefte aan bijstand niet aannemelijk heeft gemaakt, niet juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49d9be217de0b6d94503527b606eace5eb00c9d343591d2215e426640bb20d47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49d9be217de0b6d94503527b606eace5eb00c9d343591d2215e426640bb20d47, en de alinea staat in dat document op bytes 12911 tot 13950.