Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 december 2019

Onder 4.5.1. Centrale Raad van Beroep 31 december 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4351.

4.5.1.1. Het college heeft niet bestreden dat een kcc-medewerker op 14 juni 2017 aan appellante heeft meegedeeld dat zij in het systeem ziet dat appelante van 23 juni 2017 tot 13 september 2017 in het buitenland mag verblijven. Het enkele feit dat tevens is meegedeeld dat appellante hierover nog een brief zou krijgen maakt nog niet dat - zoals het college heeft aangevoerd - deze mededeling moet worden beschouwd als te zijn gedaan onder voorbehoud. Er is geen grond voor de vooronderstelling dat appellante ermee rekening diende te houden dat een nadere brief anders zou kunnen luiden dan de mondelinge uitlatingen. Onder de gegeven omstandigheden kan appellante daarom niet worden tegengeworpen dat zij de ontvangst van een nadere brief niet heeft afgewacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2d9f7f6117116b18cb1e1fd1a80896b3530611fd0af63e04e04c5f9a0a69e18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2d9f7f6117116b18cb1e1fd1a80896b3530611fd0af63e04e04c5f9a0a69e18, en de alinea staat in dat document op bytes 11374 tot 12150.