Citaat | Centrale Raad van Beroep 31 december 2019

Onder 4.5.2. Centrale Raad van Beroep 31 december 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 31 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4351.

4.5.2.1. Vaststaat dat de kcc-medewerker niet bevoegd was. Dit betekent dat het beroep op het vertrouwensbeginsel alleen kan slagen als de uitlating aan het college kan worden toegerekend. Daarbij dient voorop te worden gesteld dat de taak van een medewerker van een kcc strekt tot algemene voorlichting en dat uitlatingen van dergelijke medewerkers in beginsel niet aan het college kunnen worden toegerekend. Op grond van de in 1.2 vermelde omstandigheden bestaat in dit geval aanleiding daarop een uitzondering te maken. Na de ontvangst van de brief van 12 juni 2017 heeft appellante gebeld met de gemeente Rotterdam op het in die brief vermelde telefoonnummer. Vervolgens heeft de kcc-medewerker appellante niet doorverbonden met een bevoegde medewerker, maar meegedeeld dat zij (de kcc-medewerker) “in het systeem” ziet dat appellante van 23 juni 2017 tot 13 september 2017 in het buitenland mag verblijven en dat zij daarover nog bericht zal krijgen. Appellante kon daarmee – bezien vanuit haar perspectief – menen dat het bevoegde orgaan alsnog had ingestemd met het door haar gevraagde langere verblijf in het buitenland en dat de kcc-medewerker aldus de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte. Daarbij is in dit geval bovendien nog van belang dat appellante eerder – in 2009 – met instemming van het college langer dan vier weken in het buitenland had verbleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2d9f7f6117116b18cb1e1fd1a80896b3530611fd0af63e04e04c5f9a0a69e18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2d9f7f6117116b18cb1e1fd1a80896b3530611fd0af63e04e04c5f9a0a69e18, en de alinea staat in dat document op bytes 12670 tot 14096.