Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 maart 2019

Onder 2.5.6. Centrale Raad van Beroep 7 maart 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:659.

Voor diegenen die ten tijde van het herzieningsverzoek de boete nog niet volledig hebben afbetaald, is er in beginsel aanleiding om over te gaan tot herziening van het boetebesluit. Zij ondervinden immers nog steeds de last van een op leedtoevoeging gerichte boete (zie 2.2.4). Bij de herbeoordeling van deze verzoeken geeft het belang van de rechtszekerheid in combinatie met een praktische uitvoering aanleiding om voorbij te gaan aan eventuele onjuistheden met betrekking tot het destijds vastgestelde benadelingsbedrag. Bij deze herbeoordeling dient daarom het boetebedrag dat destijds in rechte onaantastbaar is geworden tot uitgangspunt te worden genomen. Ook wordt uitgegaan van normale verwijtbaarheid. Er kan aanleiding zijn om uit te gaan van een andere mate van verwijtbaarheid. Daarbij geldt dat opzet of grove schuld door het bestuursorgaan aangetoond moet worden en dat verminderde verwijtbaarheid door de betrokkene aannemelijk moet worden gemaakt. In het kader van de invordering van een eventueel dan nog verschuldigde boete kan waar nodig wel met inmiddels opgetreden wijzigingen in de draagkracht rekening worden gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cc7ec9336806a12367e98c2c4d552904d3e99cb642f771729f07d252ba6c29f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cc7ec9336806a12367e98c2c4d552904d3e99cb642f771729f07d252ba6c29f, en de alinea staat in dat document op bytes 26566 tot 27720.