Citaat | Centrale Raad van Beroep 26 februari 2019

Onder 4.7. Centrale Raad van Beroep 26 februari 2019

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 26 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:866.

De Svb heeft terecht aangevoerd dat uit de uitspraak van de Raad van 16 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1816 volgt dat in het kader van de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete voor de bepaling van de fictieve (minimum) draagkracht bij personen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel steeds (en dus in zoverre niet in aansluiting op artikel 475d, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) 10% van de toepasselijke bijstandsnorm moet worden aangehouden. De Raad heeft daarin overwogen dat indien dat principe zou worden verlaten, het in veel gevallen ertoe zal leiden dat in het geheel geen boete meer zou kunnen worden opgelegd of vastgesteld. Een dergelijke verstrekkende consequentie acht de Raad in strijd met de tekst en strekking van artikel 18a van de PW en het Boetebesluit. Als uitgangspunt voor de bepaling van de voor beslag vatbare ruimte geldt dus 10% van de toepasselijke bijstandsnorm, ook al beschikt een bijstandsgerechtigde feitelijk over een inkomen beneden de beslagvrije voet door de werking van de kostendelersnorm. Vergelijk de uitspraken van 9 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:61, en 26 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1876. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank de boete ten onrechte op deze grond vastgesteld op nihil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/678cc2da2e5f76c82fec979035961c2b7dfab779b4244e89afeafadac82c1aa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 678cc2da2e5f76c82fec979035961c2b7dfab779b4244e89afeafadac82c1aa5, en de alinea staat in dat document op bytes 13440 tot 14736.