Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 december 2020

Onder 4.4.1. Centrale Raad van Beroep 11 december 2020

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3387.

Met de Wet aanscherping is onder meer beoogd bestuursorganen te dwingen beter op te treden tegen onjuist gebruik van sociale zekerheid. Een hiertoe doorgevoerde wijziging is dat de terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting niet langer een discretionaire bevoegdheid is. Veelvuldig zijn in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanscherping (parlementaire geschiedenis Wet aanscherping) de wijzigingen gemotiveerd onder verwijzing naar een korte aanduiding: “Fraude mag niet lonen”. De Wet aanscherping zelf, noch de PW, definiëren het begrip fraudevordering. In de parlementaire geschiedenis Wet aanscherping is echter “fraude” en “fraudevordering” steeds gedefinieerd als verwijtbare schending van de inlichtingenverplichting. Zie onder meer Kamerstukken II, 2011-12, 33 207, nr. 3, blz. 5-6; nr. 6, blz. 6, 15, 18 en 36; nr. 15, blz. 4. Daarmee wijkt de definitie in de Beleidsregels 2015 af van wat de wetgever van de Wet aanscherping voor ogen stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8fad169d534c5a27e84e4d42e87434438befe66b6a19af221681d381b63c09e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8fad169d534c5a27e84e4d42e87434438befe66b6a19af221681d381b63c09e, en de alinea staat in dat document op bytes 21990 tot 23039.