Citaat | Centrale Raad van Beroep 10 maart 2020

Onder 4.4.3. Centrale Raad van Beroep 10 maart 2020

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 10 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:642.

9 februari 2017 een aanvraag is en dat het e-mailbericht van 10 februari 2017 geen besluit op die aanvraag is. Ook de Raad gaat daarvan uit. Tussen partijen is verder niet in geschil dat de beslistermijn voor die aanvraag dertien weken bedraagt. Dat betekent dat de beslistermijn in beginsel liep tot 11 mei 2017. De brief van 20 april 2017 van het dagelijks bestuur merkt de Raad aan als een uitnodiging om de aanvraag van 9 februari 2017 aan te vullen krachtens artikel 4:5 van de Awb. Dat betekent dat op grond van artikel 4:15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb de termijn tot het geven van de beschikking op de aanvraag werd opgeschort met ingang van 21 april 2017. Appellant heeft in de bezwaarfase onweersproken gesteld dat hij de bij de brief van 20 april 2017 gevraagde stukken bij het dagelijks bestuur heeft ingeleverd op 24 april 2017. Dat appellant deze stukken pas op 25 april 2017 heeft ingeleverd, zoals het dagelijks bestuur pas in hoger beroep heeft gesteld, heeft het dagelijks bestuur niet met bewijs onderbouwd. Dit betekent dat de Raad het ervoor houdt dat appellant de gevraagde stukken op 24 april 2017 bij het dagelijks bestuur heeft ingeleverd. De opschorting van de beslistermijn heeft daarom geduurd van 21 april 2017 tot 24 april 2017, zodat de beslistermijn liep tot 14 mei 2017.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a962c463f207a23fec5e15538455f288630e8517e23cb0ff0a824489b5640f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a962c463f207a23fec5e15538455f288630e8517e23cb0ff0a824489b5640f05, en de alinea staat in dat document op bytes 15008 tot 16338.