Citaat | Centrale Raad van Beroep 12 maart 2020

Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 12 maart 2020

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 12 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:652.

In hoger beroep heeft appellante betoogd dat de rechtbank het negatieve gevolg van een niet tijdige erkenning van het verblijfsrecht volledig bij haar legt. Hiermee profiteert de staat van zijn eigen nalatige handelen. Hoewel er geen garantie bestaat dat appellante met een erkend verblijfsrecht destijds wel werk en een woning had gevonden, moet dit bewijsrisico voor rekening van de Svb komen. In dat verband is ook verwezen naar besluiten van de Svb die zijn genomen in andere bij de gemachtigde van appellante bekende zaken, waarin de Svb, ondanks onvoldoende binding met Nederland, de betrokkene toch verzekerd heeft geacht vanaf aanvang verblijfsrecht. Ook heeft appellante gewezen op de fiscale aspecten die door de Svb worden meegewogen bij de uitleg van het begrip “woonplaats” als Europese regelgeving van toepassing is. Volgens appellante moet de Svb deze aspecten ook in haar geval meewegen, waarbij ook meer moet worden aangesloten bij de criteria die de fiscus hanteert bij het bepalen van de woonplaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5bd0a067ccaea1d1fec9fbe51716a7be6a2d82e295fa64d355e678bfcb0065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5bd0a067ccaea1d1fec9fbe51716a7be6a2d82e295fa64d355e678bfcb0065, en de alinea staat in dat document op bytes 11506 tot 12541.