Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 juni 2022

Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 7 juni 2022

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1268.

In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat het medisch onderzoek van het Uwv onzorgvuldig is geweest omdat dit onderzoek niet is uitgevoerd door een geregistreerde verzekeringsarts. De kwaliteit van deze beoordeling wordt onvoldoende gewaarborgd als deze wordt verricht door een verzekeringsarts in opleiding. Appellant heeft daarbij gewezen op de uitspraken van 13 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4018 en 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491. Volgens appellant kan alleen een geregistreerd verzekeringsarts de medische beoordeling van een bedrijfsarts toetsen. Verder heeft het Uwv onvoldoende gemotiveerd dat appellant op 1 juni 2017 niet meer arbeidsongeschikt was. Volgens appellant blijkt uit het advies van de bedrijfsarts van 15 januari 2018 dat hij op dat moment volledig arbeidsongeschikt was en dat de arbeidsongeschiktheid van augustus 2016 en de op dat moment bestaande arbeidsongeschiktheid in elkaar lijken over te lopen. In dit advies merkt de bedrijfsarts op dat het niet mogelijk is om met terugwerkende kracht vast te stellen wanneer appellant weer volledig belastbaar zou zijn geweest. Volgens appellant volgt daaruit dat sprake is geweest van een doorlopende arbeidsongeschiktheid, die ook na het ontslag voortduurde. Gelet op dit advies van de bedrijfsarts mocht appellant erop vertrouwen dat hij bij uitdiensttreding recht had op een ZW-uitkering. Dat de bedrijfsarts op 27 april 2018 een tweede – andersluidend – advies heeft verstrekt, doet daaraan volgens appellant niet af. Appellant was niet bekend met dit advies en dit advies is zonder zijn toestemming en daarom onrechtmatig aan het Uwv verstrekt. Appellant is van mening dat het Uwv niet zonder de schijn van vooringenomenheid tot een beslissing is gekomen. Het Uwv is namelijk onvoldoende transparant geweest over de contacten met de bedrijfsarts, heeft de RDW niet adequaat aangesproken op het niet nakomen van de op hem als eigenrisicodrager rustende verplichting om appellant te helpen bij zijn re-integratie en heeft vervolgens een beslissing genomen die niet strookt met de bevindingen van de bedrijfsarts in januari 2018. Tot slot heeft appellant een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn en heeft hij in dat kader verzocht om aan hem een schadevergoeding toe te kennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc997037ae0c5b8985cde170b5a9bbaca2efe125c0fdd544d407c7d98cad032e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc997037ae0c5b8985cde170b5a9bbaca2efe125c0fdd544d407c7d98cad032e, en de alinea staat in dat document op bytes 11112 tot 13424.