Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 januari 2022
Onder 4.5.5. Centrale Raad van Beroep 20 januari 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:206.
In het kader van de aan betrokkenen opgelegde boete, die in het bestreden besluit gehalveerd is, heeft betrokkene aangevoerd dat hij steeds inkomstenformulieren aan het Uwv heeft verstrekt, terwijl betrokkene in het kader van de beëindiging van zijn WW-uitkering per 30 juni 2014 heeft verwezen naar zijn brief van 12 februari 2014 waarin hij te kennen heeft gegeven vanwege zijn werkzaamheden bij Defensie geen WW-uitkering meer te willen ontvangen. Op grond daarvan stelt betrokkene dat hij zijn inlichtingenplicht niet heeft geschonden. Voor zowel de inkomstenformulieren als de brief van 12 februari 2014 geldt dat betrokkene deze niet aangetekend heeft verzonden of met bewijs van ontvangst heeft overhandigd. Daardoor slaagt betrokkene niet in de op hem rustende bewijslast dat hij zijn werkzaamheden (tijdig) heeft gemeld aan het Uwv, waardoor niet anders geconcludeerd kan worden dan dat sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Dit betekent dat het Uwv verplicht was een boete op te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75b449684957c0efa16008b5f2335e9072ac259298fc2e4fbac4257e506c6b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75b449684957c0efa16008b5f2335e9072ac259298fc2e4fbac4257e506c6b61, en de alinea staat in dat document op bytes 32712 tot 33735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75b449684957c0efa16008b5f2335e9072ac259298fc2e4fbac4257e506c6b61 | shasum -a 256