Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Onder 10.10. Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623.
Nielen en De Wit proberen deze toepassing van het evidentiecriterium te passen in de kaders van (de effectiviteit van) het Unierecht en nationaalrechtelijk van drie soorten zaken waarin het criterium ook wordt toegepast: invordering na een handhavingsbesluit, de ons bezig houdende herhaalde aanvragen/verzoeken om heroverweging en exceptieve toetsing van bestemmingsplannen. Zij constateren dat voor evidentie aan drie voorwaarden moet zijn voldaan: er mag (i) bij voorbaat, (ii) zonder nader onderzoek dan wel na summier onderzoek, (iii) geen twijfel over bestaan dat het voorschrift niet had mogen worden gesteld wegens strijd met hoger recht. Zij gaan vervolgens in op de vraag op welk moment die evidente onrechtmatigheid dan vast moet staan (p. 482):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 195201 tot 196034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c | shasum -a 256