Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Onder 6.2 Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623.
Uit vaste rechtspraak (zie de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3403, en de uitspraak van het College van 20 november 2014, ECLI:NL:CBB:2014:455) volgt dat een geringe financiële draagkracht kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid – als bedoeld in het derde lid van artikel 5:46 van de Awb – die aanleiding geeft om de boete te matigen. Daarbij gaat het om de financiële positie van de overtreder ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete (zie het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:685). Zoals de Hoge Raad heeft overwogen in het zojuist aangehaalde arrest, wordt in de memorie van toelichting bij artikel 5:46 van de Awb vermeld dat het bestuursorgaan zich zeker bij hogere boetes ervan zal moeten vergewissen dat de boete, mede gelet op de draagkracht van de overtreder, geen onevenredige gevolgen heeft (Kamerstukken II, 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 142-143).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 257535 tot 258499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c | shasum -a 256