Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Onder 13.2. Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623.
Is de verzetstermijn verstreken, dan verklaart de strafrechter een desondanks gedaan verzet niet-ontvankelijk (art. 257f(4) WvSv). Tegen die niet-ontvankelijkverklaring kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. Als de rechter een te late opposant niet volgt in diens stellingen over het moment waarop hij bekend werd met de strafbeschikking, moet de rechter motiveren op welk moment hij dan wel daarmee bekend is geraakt. Dit biedt enige ruimte om de opposant toch te ontvangen, maar als vaststaat dat hij de strafbeschikking heeft ontvangen, is de verzetstermijn dus zeer beperkt. Let de belanghebbende niet op of gaat hij bewust niet in verzet, dan wordt de strafbeschikking dus op korte termijn definitief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 316047 tot 316847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c | shasum -a 256