Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2022

Onder 14.3. Centrale Raad van Beroep 6 december 2022

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623.

De mogelijkheid tot herziening is aldus beperkt, mede om te voorkomen dat het gezag van rechterlijke uitspraken wordt aangetast en rechtsonzekerheid ontstaat. Herziening is in beginsel beperkt tot gevallen van feitelijke dwaling, met name ter zake van feiten die, indien tijdig bekend geweest, tot vrijspraak hadden geleid. Bij een rechtsdwaling kan eventueel gratie worden verzocht. In HR NJ 2019/439 oordeelde de strafkamer van de Hoge Raad dat het Unierecht er niet toe verplicht om de toepassing van onderdeel b van art. 457(1) WvSv aldus uit te breiden dat grond voor herziening óók is een na definitief worden van de strafrechtelijke veroordeling uit een nieuwe HvJ-uitspraak blijkende strijd met het Unierecht. Zij verwees daarbij naar het HvJ-arrest in de zaak XC, YB en ZA , waaruit blijkt dat het gezag van gewijsde van een strafrechtelijk vonnis ook prevaleert als dat vonnis mogelijk een fundamenteel EU-recht schendt (in dat geval art. 50 EU-Handvest: ne bis in idem ). Zelfs het beginsel van gelijkwaardigheid (met herziening bij schending van het EVRM; onderdeel b) verplicht de nationale strafrechter in zo’n geval niet tot herziening omdat het nationale heroverwegingsmiddel bij EVRM-schending en mogelijke vorderingen ter bescherming van EU-rechten niet als soortgelijk kunnen worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 335516 tot 337140.