Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Onder 15.18. Centrale Raad van Beroep 6 december 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623.
Deze klassieke uitzondering kan in het beoordelingskader voor de toepassing van art. 4:6 Awb ingepast worden: als de bestraffende overheid de onjuistheid erkent van een door haar opgelegde criminal charge waarbij geen andere belangen rechtstreeks zijn betrokken dan die van de onterecht of onevenredig bestrafte en de onterecht of onevenredig bestraffende overheid, kan het als evident onredelijk aangemerkt worden om die onterechte of onevenredige straf niet te corrigeren, ongeacht of die erkenning binnen of buiten de bezwaartermijn plaatsvindt, zij het dat een termijn gesteld kan worden en dat een de minimis regel gesteld kan worden. Ook de andere twee klassieke uitzonderingen kunnen in het beoordelingskader van art. 4:6 Awb ingepast worden. De Afdeling lijkt dat in het boven (10.8-10.9) geciteerde LPG Purmerend -arrest in wezen al gedaan te hebben met de in 15.9 genoemde uitzondering (i), inhoudende dat EU- of EVRM-recht noopt tot het relativeren of voorbijgaan aan formele rechtskracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 377115 tot 378232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a51f09533299a2a09b6e68d0b975a7efc82ef2517762e7de43b348744154f6c | shasum -a 256