Citaat | Centrale Raad van Beroep 20 april 2022
Onder 4.1. Centrale Raad van Beroep 20 april 2022
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 20 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:897.
Op grond van artikel 19, eerste en vierde lid, van de Ziektewet heeft een verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid. Deze regel lijdt in dit geval in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van de aanspraak van de verzekerde op een uitkering op grond van de Wet WIA. Van ongeschiktheid in de zin van de ZW is geen sprake als de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies die aan hem zijn voorgehouden bij de laatste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/775aff4e5c14f37aea8c4ece8ff73c33ec1ae7021e55271f0a84b0b4c177092d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 775aff4e5c14f37aea8c4ece8ff73c33ec1ae7021e55271f0a84b0b4c177092d, en de alinea staat in dat document op bytes 9613 tot 10624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/775aff4e5c14f37aea8c4ece8ff73c33ec1ae7021e55271f0a84b0b4c177092d | shasum -a 256