Citaat | Centrale Raad van Beroep 8 mei 2024
Onder 4.2. Centrale Raad van Beroep 8 mei 2024
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 8 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:935.
In een uitspraak van 30 januari 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) nieuwe uitgangspunten geformuleerd voor de beoordeling van termijnoverschrijdingen in bestuursrechtelijke procedures. Daaraan ligt mede ten grondslag dat met het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid” uit 2017 en enkele rapporten van de Nationale ombudsman, een discussie op gang is gekomen over de vraag of in de rechtspraktijk niet te lichtvaardig het uitgangspunt wordt gehanteerd dat elke burger over voldoende ‘doe-vermogen’ beschikt om tijdig bezwaar te maken en beroep in te stellen (en om te voldoen aan de overige ontvankelijkheidsvoorwaarden). Die discussie is mede ingegeven door de opvatting dat het doel van het bestuurs(proces)recht is om rechtsbescherming te bieden door materiële beslechting van geschillen en dat ‘procederen over procederen’ zoveel mogelijk moet worden voorkomen. In hoofdlijnen, verkort weergegeven en voor zover hier van belang, komen de nieuwe uitgangspunten op het volgende neer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/706a283593f5a18f93ce0309ad49f416652473d311fd08462f3bfb5db254238a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 706a283593f5a18f93ce0309ad49f416652473d311fd08462f3bfb5db254238a, en de alinea staat in dat document op bytes 17181 tot 18380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/706a283593f5a18f93ce0309ad49f416652473d311fd08462f3bfb5db254238a | shasum -a 256