Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998
Alinea 58 Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998, ECLI:NL:GHAMS:1998:AI1339.
5.3. Subsidiair verdedigt belanghebbende de opvatting dat op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad een bedrag ter grootte van de waarde van het optierecht ten tijde van de toekenning in 1989 (door haar gesteld op ¦ 234.375) ten laste van haar winst kan worden ge-bracht. Deze aftrek kan plaatsvin-den in het jaar van toeken-ning, maar, zo stelt belanghebbende, goed koopmansgebruik laat toe deze last tot uitdrukking te brengen in het jaar van uitoefening van het recht. De waarde van het optierecht kan in ieder geval nog ten laste van de winst van 1992 worden ge-bracht door toepassing van de zoge-naamde fouten-leer. Belang-hebbende is van mening dat zij ultimo 1989 op haar fiscale balans een verplichting mocht opvoeren ter grootte van de last die betrekking had op de toekenning van het optierecht. Nu het aan haar in 1989 niet kenbaar was dat zij de verplichting diende op te voeren heeft zij dit nagelaten. Aldus heeft zij -naar achteraf is gebleken- een te hoog vermogen per ultimo 1989 in aanmerking genomen. Zij is van mening dat op grond van de foutenleer een correctie dient plaats te vinden in het onderhavige jaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923, en de alinea staat in dat document op bytes 17938 tot 19088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923 | shasum -a 256