Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998

Alinea 59 Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998, ECLI:NL:GHAMS:1998:AI1339.

5.4. Naar het oordeel van het Hof dient de primaire stelling van belanghebbende te worden verworpen, reeds omdat zij niet spoort met het arrest BNB 1997/47*. De Hoge Raad heeft immers niet zozeer afstand genomen van het arrest van 20 juni 1956, nr. 12 790, BNB 1956/244 (het afzien van agio verkleint de winst niet), als wel beslist dat de waarde van aan werknemers toegekende vergoedingen steeds als ondernemingskosten dient te worden aangemerkt. Uit het arrest volgt naar het oordeel van het Hof dat, ook indien ervan moet worden uitge-gaan dat be-langhebbende op haar fiscale balans een verplichting ter zake tot uitdrukking kan brengen, tot de onder-ne-mingskosten slechts kan worden gerekend de waarde van de aan de werknemers toege-kende optierechten ten tijde van de toeken-ning. Dit blijkt uit hetgeen de Hoge Raad overweegt omtrent hetgeen na verwijzing dient te worden onder-zocht aangaande de in aanmerking te nemen last. Indien de Hoge Raad, zoals be-langhebbende veronderstelt, een aftrek zou hebben toegestaan die uitgaat boven het bedrag van de waarde van het optierecht op 25 mei 1990 -het tijdstip van toekenning in het berechte geval- en die mede het zoge-naamde gemiste agio kan betreffen, dan zou hij geoordeeld hebben dat een onderzoek zou moeten plaats-vinden naar de waarde van de optierechten per 31 december 1990.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923, en de alinea staat in dat document op bytes 19108 tot 20459.