Citaat | Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998

Alinea 65 Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 16 december 1998, ECLI:NL:GHAMS:1998:AI1339.

5.8. De vraag rijst dan of, in afwijking van hetgeen burger-rechtelijk geldt, de uit het optierecht voortvloeiende ver-plichting op de fiscale vermogensopstelling paraisseert. Het Hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Zoals gezegd heeft de Hoge Raad met het arrest BNB 1997/47* slechts in zoverre gebroken met zijn voordien geldende jurisprudentie, dat voort-aan ter zake van het toekennen van een vergoeding voor ver-richte arbeid in de vorm van een optierecht een bedrag als onderne-mingskosten in aanmerking kan worden genomen. Het Hof werkt deze beslissing aldus uit dat op de volgens de norma-le regels te berekenen winst van een jaar een extra-comptabele en derhalve niet in de boeken tot uitdrukking te brengen aftrek kan worden toegepast ter zake van de waarde van een in dat jaar als arbeidsbe-lo-ning toegekend optierecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 62203f0167df313b042dd85253075f4e9603e96d69f062fc316b9b076dc48923, en de alinea staat in dat document op bytes 23746 tot 24593.