Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 oktober 2000

Alinea 116 Gerechtshof Amsterdam 19 oktober 2000

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 oktober 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7654.

5.2.32. Het begrip ‘kwakzalver’ wordt door het publiek niet slechts opgevat in de door [geïntimeerden] voorgestane (beperkte en meer neutrale) betekenis van een persoon die een geneeswijze toepast of propageert waarvan de werking niet wetenschappelijk is bewezen, maar heeft een veel negatievere lading. Het houdt mede een vorm van oplichting en (opzettelijke) misleiding in en duidt ook op iemand die onbevoegd de geneeskunst uitoefent. De uitlatingen en de context waarin deze term is gebruikt maken niet (voldoende) duidelijk dat aan dat begrip uitsluitend de genoemde beperkte betekenis wordt toegekend. Aan [geïntimeerden] komt bij uitlatingen op het gebied van de kwakzalverij een zeker gezag toe. Voor een arts als [appellant] is de kwalificatie ‘kwakzalver’ zeer defamerend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d64731edb7a01d35d5b5ae80f52b8015ece54be31f4483d189b131022a80291e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d64731edb7a01d35d5b5ae80f52b8015ece54be31f4483d189b131022a80291e, en de alinea staat in dat document op bytes 45309 tot 46114.