Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Alinea 102 Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9213.

5.3. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan de administratieplicht als bedoeld in artikel 52 AWR dient rekening te worden gehouden met de aard en de omvang van de desbetreffende onderneming. Naar het oordeel van het Hof kan niet worden voorbijgegaan aan de omstandigheid dat, gelet ook op wat partijen hierover hebben verklaard, ter zake van de verkoop van cannabisproducten aan coffeeshops door de desbetreffende leveranciers geen facturen worden verstrekt. Waar de overheid enerzijds de verkoop van softdrugs aan coffeeshops veelal als een strafbaar feit blijft vervolgen, maar anderzijds, onder specifieke voorwaarden, een gedoogbeleid met betrekking tot de verkoop van softdrugs door coffeeshops voert teneinde die verkoop en de daarmee verband houdende verschijnselen beheersbaar te houden, mag van de exploitant van een coffeeshop in redelijkheid niet worden verwacht dat hij ter zake van de inkoop van softdrugs over facturen beschikt. Met betrekking tot de door de inspecteur uit artikel 52 AWR afgeleide verplichting om een voorraadadministratie bij te houden oordeelt het Hof dat een dergelijke administratie in het algemeen een belangrijk middel is voor de controle van de volledigheid van de omzetverantwoording, maar dat daaraan bij gebreke van door de leveranciers verstrekte inkoopbescheiden beperkte betekenis toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549, en de alinea staat in dat document op bytes 21944 tot 23305.