Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Alinea 112 Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9213.

5.9. Het overwogene onder 5.2 tot en met 5.8 brengt het Hof tot het oordeel dat de administratie van belanghebbende weliswaar gebreken vertoont waar het betreft de administratie van de tot het bedrijfsvermogen behorende voorraden softdrugs, maar dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een zodanig onvolkomen administratie dat op die grond de toepassing van de sanctie van artikel 29, eerste lid, AWR gerechtvaardigd is. Aan dit oordeel doet niet af dat de inspecteur een kasoverschot van ƒ 163 heeft geconstateerd, zoals vermeld onder 2.3. Dit kasoverschot is gebaseerd op een waarneming tijdens het bedrijfs-bezoek van 5 augustus 1997. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat van de kasopname geen ‘protocol’ is opgemaakt. Belanghebbende berekent, met inachtneming van - zoals door hem is gesteld - in een kluis opgeborgen gelden afkomstig van speelautomaten, een kastekort van ƒ 527. Dit bedrag wordt volgens belanghebbende verklaard door een privé-opname dan wel door het verrichten van aankopen. Ook voor het geconstateerde kasverschil geldt dat dit feit is vastgesteld tijdens een onderzoek waarvan belanghebbende, noch zijn medevennoot van te voren op de hoogte waren en zonder dat zij daarbij aanwezig waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549, en de alinea staat in dat document op bytes 31551 tot 32806.