Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Alinea 114 Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 oktober 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9213.

5.10. Uit het overwogene onder 5.9 volgt dat het op de weg van de inspecteur ligt om de in geschil zijnde winstcorrectie aannemelijk te maken. Aan het overwogene onder 5.7 en 5.8, alsmede uit hetgeen onder 5.9 is overwogen met betrekking tot het door de inspecteur geconstateerde kasoverschot, verbindt het Hof evenwel als conclusie dat de inspecteur niet in het van hem verlangde bewijs is geslaagd. Overigens heeft de inspecteur, waar de zwakke stee in de administratie van belanghebbende de vaststelling van de waarde van de ingekochte softdrugs betreft, niet kunnen verklaren, waarom hij niet is uitgegaan van de verantwoorde omzet, een brutowinstmarge van 100% en - ten opzichte van de aangifte - een lagere waarde van de ingekochte softdrugs. De navorderingsaanslag dient te worden vernietigd. Het gelijk is aan belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ab0f2d2c75747f4097a91414e99589353e4a5fad66db5589f6d3515713f1549, en de alinea staat in dat document op bytes 33047 tot 33893.