Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 februari 2001

Alinea 34 Gerechtshof Amsterdam 28 februari 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 februari 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0501.

5.1. De inspecteur betoogt dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag, zodat hij haar niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn uitspraak. Belanghebbende daarentegen verdedigt primair dat de brief van 6 september 1996 als een bezwaarschrift geldt en subsidiair dat de inspecteur het rechtens te erkennen vertrouwen heeft gewekt dat hij de brief als zodanig heeft opgevat. Het Hof is van oordeel dat de brief van 6 september 1996 een bezwaarschrift is. Omdat de inspecteur de aanslag al had opgelegd, kon hij de brief niet meer overeenkomstig haar bewoordingen behandelen als een correctie op de aangifte. Uit de inhoud van de brief kon hij slechts afleiden dat belanghebbende niet akkoord was met de aanslag. De brief geldt daarom als een bezwaar tegen de aanslag. Daaraan doet niet af dat de schrijver van de brief, die niet wist dat aan belanghebbende reeds een aanslag was opgelegd, zelf op het moment van indiening niet de intentie had om het middel van bezwaar te benutten. Dit klemt te meer nu uit de ontvangstbevestiging van 12 september 1996 blijkt dat de inspecteur de brief als bezwaarschrift heeft aangemerkt en belanghebbende vervolgens naar het Hof aanneemt niet van een ander standpunt heeft doen blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d3176cdfd84ddc09222804091e93bb23aec6f1cd4b3f5bc1c512907ab29ad3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d3176cdfd84ddc09222804091e93bb23aec6f1cd4b3f5bc1c512907ab29ad3d, en de alinea staat in dat document op bytes 11892 tot 13150.