Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2001

Alinea 21 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1012.

4. De stelling van belanghebbende dat de herziene WOZ-beschikking moet worden vernietigd omdat deze geen ingangsdatum bevat, wordt door het Hof gevolgd. Weliswaar volgt uit artikel 25, tweede lid, in samenhang met artikel 19, tweede lid, slotzinsnede van de Wet WOZ dat de herziene WOZ-beschikking in casu haar ingang dient te vinden op 1 januari 1999, het jaar volgend op het jaar 1998 waarin de verbouwing bij verweerder gereed is gemeld, maar, gelet op de multifunctionele betekenis van een WOZ-beschikking, is het van belang dat tegenover de andere bestuursorganen die van de gereedmelding niet op de hoogte zijn, duidelijkheid bestaat over de ingangsdatum van de WOZ-beschikking. Overigens schrijft artikel 25, derde lid, van de Wet WOZ de vermelding van de ingangsdatum ook voor. Anders dan verweerder kennelijk voorstaat, is artikel 23, derde lid, van de Wet WOZ op die vermelding niet van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32e20fce04ddb2e8f047b64af01784eab9e59ff772118fc3dc44dc145fd3f529. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32e20fce04ddb2e8f047b64af01784eab9e59ff772118fc3dc44dc145fd3f529, en de alinea staat in dat document op bytes 7504 tot 8425.