Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2001

Alinea 76 Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2697.

[verdachte] heeft nog aangevoerd dat sprake is geweest van een belangrijk geringer aantal transporten dan het Hof op grond van de bewijsmiddelen hiervoren heeft aangenomen. Daarlatend dat de desbetreffende uiteenzetting reeds moeten worden gepasseerd voorzover zij strijdig is met hetgeen het Hof heeft bewezenverklaard in zijn meergenoemd arrest van 10 januari 1995, waarbij [verdachte] ter zake van de feiten waarop de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd is veroordeeld tot gevangenisstraf, hecht het Hof aan die uiteenzetting geen geloof. [verdachte] heeft immers ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode waarin de in deze zaak aan de orde zijnde feiten zich hebben voorgedaan een bedrag in de orde van grootte van NLG 35 tot 40 miljoen heeft besteed, onder meer door het doen van uitgaven in de orde van grootte van vele miljoenen guldens in de racerij. De mededeling van [verdachte] dat van voormelde bedragen slechts NLG 6 miljoen heeft te gelden als voordeel uit de in deze zaak aan de orde zijnde strafbare feiten en dat zij overigens het geld hebben betroffen dat in 1989 nog beschikbaar was als voordeel van eerder gepleegde strafbare feiten komt niet geloofwaardig voor en is overigens niet van (betrouwbaar en verifieerbaar) bewijs voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/374afbeab777f3540dd09504841bade85b4781783f48f4a3ab23f5930a7528b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 374afbeab777f3540dd09504841bade85b4781783f48f4a3ab23f5930a7528b7, en de alinea staat in dat document op bytes 26677 tot 27998.