Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Alinea 53 Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3943.

De situaties waarin de controle-ambtenaren lang zeiden te moeten wachten voor er toegang werd verleend, dateren van na het naheffingstijdvak en zijn reeds daarom niet relevant. Die situaties zijn bovendien verklaarbaar. Eind 1998 waren er spanningen in de Turkse gemeenschap in verband met de zaak-Ocalan en dat leidde tot voorzichtigheid bij het opendoen van de deur. Wat de situatie op 18 februari 1999 betreft is het uiterst merkwaardig dat pas op 27 mei 1999, dus meer dan drie maanden later, een ambtsedige verklaring is opgemaakt, terwijl de oorspronkelijke aantekeningen zijn vernietigd. Overigens zeg ik niet dat de ambtenaren hebben gelogen. Ze hebben de situatie echter verkeerd begrepen. Na sluitingstijd kwam een zwager van belanghebbende samen met een kennis op het atelier om een faxbericht te bespreken. Dit had niets met de onderneming van doen. Toen er aangebeld werd, zijn die twee bezoekers in paniek weggevlucht, waarschijnlijk omdat ze illegaal in Nederland waren. De heer G van de Belastingdienst zegt achteraf dat hij heeft gevoeld dat de machines warm waren. Belanghebbende ontkent dat; er werd op dat moment niet gewerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d, en de alinea staat in dat document op bytes 21653 tot 22812.