Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Alinea 69 Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3943.

5.1.2. De inspecteur doet zijn stelling daarnaast steunen op het niet steeds voorhanden zijn van identiteitsbewijzen van werknemers. Voor zover hij hierbij doelt op de verplichtingen van artikel 47b AWR, kan dat gelet op de tekst van artikel 29 (oud), respectievelijk 27e AWR niet leiden tot omkering van de bewijslast. Voor zover de inspecteur doelt op een gebrek in de (loon)administratie en daarmee op het niet volledig voldoen aan de verplichtingen ingevolge artikel 52 AWR acht het Hof de geconstateerde gebreken relatief niet voldoende zwaarwegend om daaraan de zware sanctie van omkering van de bewijslast te verbinden. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat het atelier gedurende het naheffingstijdvak frequent is gecontroleerd en dat uitsluitend bij het op 9 februari 1998 (de einddatum van het naheffingstijdvak) gehouden controlebezoek sprake was van een duidelijk gebrek van de administratie op het punt van de kopieën van identiteitsbewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d, en de alinea staat in dat document op bytes 26906 tot 27876.