Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Alinea 78 Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3943.

5.2.6. Het Hof merkt op dat de eerste twee verweren onderling niet consistent zijn. Het komt immers zonder nadere toelichting niet aannemelijk voor dat ingeval belanghebbende - incidenteel bijgestaan door zijn echtgenote en/of een enkele werknemer - aanwezig was in het atelier om kleding te persen en er derhalve een stoomketel op temperatuur was gebracht, behoefte bestond aan bijverwarming door één of twee elektrische kachels. De verklaringen van ex-werknemers omtrent de aanwezigheid van elektrische kachels doen in dit verband niet terzake, omdat uit die verklaringen niets valt af te leiden omtrent het gebruik van de kachels tijdens de uren dat belanghebbende aanwezig zou zijn geweest. Het Hof stelt in dit verband nog vast dat ondanks de aanwezigheid van de werknemers A en B ter zitting door belanghebbende geen aanbod tot getuigenbewijs op dit punt is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d, en de alinea staat in dat document op bytes 32602 tot 33488.