Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Alinea 81 Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3943.

5.2.9. Bij het bepalen van de omvang van de niet verloonde manuren neemt het Hof in aanmerking dat de berekening van de inspecteur, naar belanghebbende in zoverre voldoende aannemelijk heeft gemaakt, leidt tot een totaal aantal manuren (verloond en niet verloond) dat niet in overeenstemming kan zijn met het totale stroomverbruik van het atelier. Het Hof verwerpt dan ook de berekening van de inspecteur. Nu belanghebbende van zijn kant geen concrete gegevens heeft verstrekt die een betere benadering mogelijk maken, stelt het Hof de de omvang van de niet verloonde arbeid in goede justitie vast op 1600 manuren (dit is ongeveer 16 manuren per week). Het Hof houdt hierbij een ruime marge ten gunste van belanghebbende aan omdat de inspecteur heeft verzuimd gebruik te maken van de hem - ook na 9 februari 1998 - ter beschikking staande mogelijkheden om meer concrete informatie te vergaren omtrent de situatie in het atelier tijdens daluren en het in zoverre aan de inspecteur is te wijten dat bij de schatting van het aantal niet verloonde manuren een grote onzekerheidsmarge dient te worden aangehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d, en de alinea staat in dat document op bytes 35135 tot 36256.