Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Alinea 85 Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 juli 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3943.

5.3.2. Ten overvloede overweegt het Hof dat, ook indien zou moeten worden aangenomen dat de inspecteur tot het bedrag van f 24.000 waarvan het Hof voldoende aannemelijk acht dat belanghebbende het heeft verzuimd af te dragen, het vereiste bewijs - ook naar de eisen van het strafrecht - heeft geleverd, hij het recht heeft verwerkt te dier zake een sanctie op te leggen, nu hij heeft verzuimd de jegens belanghebbende gerezen verdenkingen te verifiëren door één of meer controlebezoeken tijdens daluren. Daartoe bestond niet alleen gedurende het naheffingstijdvak doch ook daarna nog ampel gelegenheid. Door dit verzuim heeft de inspecteur niet alleen zijn eigen bewijspositie, maar ook die van belanghebbende zozeer bemoeilijkt dat aan het recht op een "fair trial" als bedoeld in artikel 6 EVRM is tekort gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb682bf2ee589ccc2fb3597cf498175c360c9888d1aa90c14b933d4ebf1110d, en de alinea staat in dat document op bytes 37228 tot 38058.