Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2001

Alinea 34 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2001

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AF3387.

De verklaring van de getuige Hunsche ter terechtzitting van 24 mei 2000 dat hij niet meer weet of de (verloren geraakte) haren zich onder de ring hadden bevonden, wekt bevreemding daar hij een week daarvoor, op 17 mei 2000, een proces-verbaal heeft opgemaakt waarin hij relateert dat hij bij de sectie op 7 februari 1999 enkele haren onder de ring van het slachtoffer had gevonden en in het sectierapport is vermeld dat er enkele haren "aan de rechterringvinger" zijn aangetroffen die door de politie zijn bemonsterd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80ef8f0e07476c59de86c2a90cf24367dee74ff665cfb4cf41962cc701d23661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80ef8f0e07476c59de86c2a90cf24367dee74ff665cfb4cf41962cc701d23661, en de alinea staat in dat document op bytes 9852 tot 10383.