Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002

Alinea 161 Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AD8368.

Ten slotte merkt de commissie op dat op basis van de koersreacties van het aandeel HBG ten tijde van het be-kend worden van het bod van Boskalis, de afwijzing ervan en het bekend worden van de keuze voor de joint venture, zou kunnen worden geconcludeerd dat beleggers een voorkeur lijken te hebben voor het bod van Boskalis. Dit zou mede een gevolg kunnen zijn van het feit dat het Boskalis bod een cash bod is, dat naar de verwachting van de markt via een dividenduitkering aan de aandeelhouders ter beschikking zou komen, terwijl de joint ventu-re neerkomt op een verdere investering in baggeren onder HBG management, waaraan de aandeelhouders minder vertrouwen blijken te hechten. Blijkens commentaar van analisten spelen hierbij vragen over realiseerbaarheid van de joint venture prognoses alsmede de geloofwaardigheid van het HBG Bestuur een rol. De reactie van de markt, tot uitdrukking komend in de koersvorming van het HBG aandeel, betekent evenwel niet dat het HBG Bestuur niet redelijk zou hebben gehandeld en niet een juiste financiële afweging zou hebben gemaakt. HBG heeft zijn beslissingen genomen op basis van waarderingsanalyses die zijn gebaseerd op prognoses voor de joint venture die zij in redelijkheid kon hanteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9b0c8ed9be5a627502f44c47646bc64a1d9ec1f079274635c24e5f4b32e052d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9b0c8ed9be5a627502f44c47646bc64a1d9ec1f079274635c24e5f4b32e052d, en de alinea staat in dat document op bytes 40636 tot 41886.