Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002

Alinea 210 Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 januari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AD8368.

3.25 De onderzoekers hebben (op pagina 44 van het verslag) de uitgangsgegevens van de dcf-berekening beoordeeld en bevonden dat deze niet onredelijk zijn. De Ondernemingskamer heeft geen reden aan deze bevinding van de onderzoekers te twijfelen. Ook onderschrijft de Ondernemingskamer de (op pagina 43 van het verslag neergelegde) opvatting van de onderzoekers - en van HBG - dat gezien de hoge kapitaalintensiteit van baggerondernemingen in het onderhavige geval aan de dcf-methode meer gewicht moet worden toegekend dan aan de ebitda-multiple-methode. In het algemeen heeft een waardebepaling met behulp van de ebitda-multiple-methode de functie de uitkomsten van de dcf-berekening te ondersteunen onderscheidenlijk te bevestigen. Bij de door HBG gepresenteerde waarden - zoals vermeld in de hiervoor in 3.8 weergegeven vergelijking - kon de waarde volgens de ebitda-multiple-methode deze functie vervullen omdat die hoger lag dan de dcf-waarde. Dit gold ook nog na verwerking van de door onderzoekers genoemde, hiervoor in 3.10 vermelde correcties. Indien echter tevens rekening wordt gehouden met de correcties, vermeld en beoordeeld in 3.16 tot en met 3.21, verliest de uitkomst van de ebitda-multiple-methode haar ondersteunende functie, zoals ook volgt uit de hiervoor in 3.23 vermelde vergelijking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9b0c8ed9be5a627502f44c47646bc64a1d9ec1f079274635c24e5f4b32e052d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9b0c8ed9be5a627502f44c47646bc64a1d9ec1f079274635c24e5f4b32e052d, en de alinea staat in dat document op bytes 73211 tot 74531.