Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2002

Alinea 84 Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 februari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AD9563.

5.2. In het arrest van 22 februari 1989, nr. 25 068 (onder meer gepubliceerd in BNB 1989/112), heeft de Hoge Raad overwogen dat voor verwevenheid in financieel opzicht de voorwaarde geldt dat ten minste de meerderheid van de aandelen in elk der vennootschappen - daaronder begrepen de zeggenschap - middellijk of onmiddellijk in dezelfde handen is. In het arrest van de Hoge Raad van 30 mei 1990, nr. 25 722 (onder meer gepubliceerd in BNB 1990/241), inzake de financiële verwevenheid tussen stichtingen heeft de Hoge Raad overwogen dat van een financiële verwevenheid in de zin van artikel 7, vierde lid, van de Wet ten aanzien van lichamen als de onderhavige slechts sprake is, indien de financiële positie en/of de financiële gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks afhankelijk zijn van, dan wel rechtstreeks van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117779da0b9bc7b05d8e901e9d88ee8c62162a283f4d2a4c57b4b1f48bf84fd5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117779da0b9bc7b05d8e901e9d88ee8c62162a283f4d2a4c57b4b1f48bf84fd5, en de alinea staat in dat document op bytes 23646 tot 24554.