Citaat | Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002

Alinea 121 Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 18 februari 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0249.

5.2. Een vastststellingsovereenkomst bindt partijen tenzij zij nietig blijkt te zijn of een of beide partijen zich beroept/beroepen op een omstandigheid welke meebrengt dat de overeenkomst niet geldig is. Uitgangspunt hierbij is dat op een vaststellingsovereenkomst de in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) opgenomen bepalingen inzake overeenkomsten van toepassing zijn zoals de bepalingen inzake dwaling (artikel 6:228 e.v. BW), met dien verstande dat voor een vaststellingsovereenkomst in fiscale aangelegenheden geldt dat zij partijen ook niet bindt indien zij zozeer in strijd is met geldende wettelijke regelingen, dat op nakoming niet mag worden gerekend. Geen van de partijen heeft zich op dit laatste beroepen en het Hof acht, voor zover van belang, geen reden aanwezig om ambtshalve anders te oordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96b3e1eb4a7c3b457bd0d5b9a60e7a5d83ef84141dcae776e347193ee16f144b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96b3e1eb4a7c3b457bd0d5b9a60e7a5d83ef84141dcae776e347193ee16f144b, en de alinea staat in dat document op bytes 32465 tot 33291.